TYPtoTAAL opleidingen
De ThuisTyptomaat
Copyright © 2012
Lex Zwart
info@typtotaal.nl
Als je de ThuisTyptomaat start zie je dit:

Klik op het plusje voor de 1.

Er komt dan een lijstje oefeningen tevoorschijn.
Klik op de bovenste ervan: fj.
Klik dan op "OK" om de oefening te starten.
Je krijgt dan dezelfde oefening als in de les, dus met stem.


Als je de oefening te langzaam vindt gaan, of juist te snel, kan je dat vooraf veranderen met "Snelheid".


Je kan ook, als je dat wil, het toetsenbord op het scherm onzichtbaar maken, en het geluid uitzetten.

Doe in de eerste week alle oefeningen uit les 1, tot je a,s,d,f,j,k,l,; zonder naar je vingers te kijken kan typen.


Zelfstandig

Je kan dezelfde oefeningen ook anders doen. Klik daarvoor bovenaan op "zelfstandig". Je krijgt dan weer een toetsenbord, maar nu met een tekst erboven. De bedoeling is dan om die tekst te typen.

Er is dan geen stem. Je typt de zwarte letters, en als je ze goed typt worden ze groen. Als je een fout maakt wordt die letter rood. Je moet hem goed typen voordat je verder kan.

Je kan in je eigen tempo typen, en je hoeft dus niet te wachten op het programma. Maar als je even wacht met intypen, helpt het programma je door je de juiste toets te laten zien.

Als je meer dan 2 fouten maakt in een oefening, doe hem dan nog een keer. Maar helemaal foutloos is natuurlijk nog beter!

Je kan de tijd waarbinnen de oefening klaar moet zijn, instellen op 1, 5 of 10 minuten. De blauwe balk onder de tekst geeft dan aan hoeveel tijd je nog hebt. Als je kiest voor "hele oefening" geeft het niet hoe lang je erover doet.



Vaardigheid

Vanaf les 5 gaan we teksten typen. Klik daarvoor op het bolletje voor "vaardigheid". Je krijgt dan andere teksten, die beginnen vanaf les 5.
Klik op het plusje voor de 5. Je krijgt dan een lijstje met teksten. Kies er een uit en klik op "OK".

Typ nu de tekst over. Na een paar woorden zie je dat de tekst die je al hebt gehad in de voorbeeldtekst geel gemerkt wordt. Het programma geeft niet aan of je typfouten maakt; daar moet je nu zelf op letten! Ook of je woorden overslaat geeft het programma niet aan.































Als je aan het eind van de regel komt geef je geen "enter"; typ gewoon door. Woorden die niet meer op de regel passen gaan vanzelf naar de volgende regel.

Fouten die je maakt kun je direct weer weghalen met "Backspace" en verbeteren. Als de fout al wat langer geleden is, dus verder terug, kan je daar komen met de pijltjestoetsen of met de muis. De tekst tussen die plek en het eind van de tekst wordt dan blauw gemerkt. Ga terug naar het eind van de regel met "End" (dus niet "Enter!") of naar het eind van de tekst met "Ctrl" + "End" (hou "Ctrl" ingedrukt terwijl je "End" typt).

De tekst raakt nooit op; mocht je de tekst af krijgen, dan komt hij gewoon weer opnieuw. Typ dan twee keer enter en ga gewoon verder met nog eens dezelfde tekst. Alleen als je "hele tekst" gekozen had krijg je dan meteen het scorevenster.


Score

Als de ingestelde tijd om is, krijg je - opeens! - het scorescherm te zien. Hierin kan je zien hoe het overtypen gegaan is:

Aanslagen per minuut - dat is je snelheid;
Fouten - hoeveel fouten je hebt gemaakt in de tekst.
Foutenpercentage - dat is hoeveel van honderd aanslagen je fout had. Je moet proberen dat onder de 1,00 % te houden. Lager - of 0,00 % mag ook!
Netto-resultaat - dat is het aantal aanslagen per minuut, met een aftrek voor elke fout.
Correcties - hoeveel letters je hebt weggehaald.

In het vak daaronder zie je je fouten (als je die gemaakt hebt) met drie woorden voor de fout en drie woorden erna. Zo kan je zien waar het was in de tekst.

Je ziet fout getypte woorden doorgestreept  staan, met erachter in groen wat het had moeten zijn;
Blauwe woorden zijn woorden die je gemist hebt;
Cursief (schuin) zijn woorden die je teveel hebt getypt (woorden die niet in de teksten hoorden of die je twee keer hebt getypt).
Een rood blokje  betekent dat je een enter of een spatie hebt getypt waar dat niet moest.

Vanuit het score-venster kom je weer bij het beginscherm met "Alt"+"F4" of door op het kruisje rechtsbovenaan te klikken.
Probeer rustig en regelmatig te typen. Weinig fouten maken is belangrijker dan heel snel typen. Oefen elke week met de teksten uit de les van die week. Let bij het overtypen op het gele balkje, dat aangeeft waar je was in de tekst. Raak niet in de war als de woorden op een andere plaats op de regel komen dan in de voorbeeldtekst. En typ geen enters aan het eind van de regels!
brengt je verder!